Mannen met hoeden

‘De toewan op Passar Baroe (=nieuw) de Chin.wijk van Bandoeng” (IWI Collectie Tropenmuseum, Amsterdam, nr 30045197, Album 2295)

Deze foto werd in 1929 in Nederlands-Indië genomen. Een Europese man loopt op de Pasar Baroe (nieuwe markt) in de Chinese buurt van Bandoeng, West-Java. Hij loopt in het midden van de foto en kijkt recht de lens in. Met zijn nonchalante houding, elegante witte pak, joyeuze hoed en fijne schoenen trekt hij meteen alle aandacht naar zich toe. Alles om hem heen, de uithangborden, de winkeltjes en de mensen lijken hem naar voren te duwen zodat hij het lichte centrum van het beeld vormt. Hij is een echte blikvanger.

De foto is afkomstig uit een klein fotoalbum dat toebehoorde aan een familie die voor de Tweede Wereldoorlog in Indië verbleef. Er staat geen naam bij, maar op het voorblad staat met kroontjes pen geschreven: ‘Van Jaap en Bert’ terwijl later, bijna onleesbaar ‘Winnen’ is toegevoegd. De man heette waarschijnlijk Jaap de Jager. Hij leefde in een tijd waarin de fotografie nog een tamelijk nieuw, opwindend medium was. Families in Indië die zich het konden permitteren hadden een eigen kodakje en legden foto albums aan waarin ze hun persoonlijke herinneringen verzamelden. De ingeplakte afdrukken bevatten het verleden, beelden die de familie voor de toekomst wilde bewaren. Ze waren privé en bedoeld voor een kleine kring van intimi en verwanten. Familiefoto’s omvatten echter meer dan een intiem kijkje in een huisgezin. Ze zijn deel van de wijdere, publieke geschiedenis en vertellen ons verhalen die ook over andere levens gaan. Dat is eveneens het geval met de foto’s in het album van de familie De Jager. Ook hun persoonlijke herinneringen staan niet los van de wereldgeschiedenis. Zij verschaffen ons een beeld van de Nederlandse koloniale geschiedenis.

De Jager en zijn vrouw arriveerden in 1929 uit Nederland in de kolonie. Zij moeten op de boot zijn gestapt toen veel zogenaamde ‘nieuwe Europeanen’ huis en haard achterlieten om een nieuw leven op te bouwen in de Gordel van Smaragd. Al eeuwenlang, sinds de VOC tijd, waren Europeanen aangetrokken door Indië. Deze zogenaamde ‘blijvers’ hadden zich in mindere of meerdere mate gemengd met de plaatselijke bevolking. Na de ‘ijzeren negentiende eeuw’ toen technische uitvindingen uit Amerika en Europa hun weg naar Indië hadden gevonden en het leven daar moderner en comfortabeler hadden gemaakt zochten veel meer Europese nieuwkomers het koloniale avontuur op. Onder hen bevonden zich grote aantallen vrouwen. In vroegere eeuwen werden vrouwen er vanaf gehouden naar de ruige kolonie te migreren. Aan het begin van de vorige eeuw werden ze echter met open armen ontvangen, vooral om de blanke huwelijksmarkt in Indië te versterken. In tegenstelling tot de blijvers onderhielden de meeste van deze nieuwe Europeanen geen nauwe betrekkingen met de lokale bevolking. Zij trouwden veelal onder elkaar en beperkten het contact met de inheemse bevolking tot hun bedienden: de baboe (kindermeisje), de djongos (mannelijke huisbediende), de kokki (kookster), de keboen (tuinman) en de vrouwen die schoonmaakten, de was deden of de kleren verstelden.

De foto’s in het album van de De Jagers geven het koloniale leven weer van blanke mensen die er warmpjes bij zitten: chique kleding, een groot huis omringd door een lommerrijke tuin, een schare inheemse bedienden en een blije baby. Jaap de Jager zal een mooie positie binnen de koloniale rangorde hebben gehad, maar verder komen we niet veel meer te weten over het leven dat de familie heeft geleid. Familiealbums geven eigenlijk niet zoveel bloot. Over de hele wereld volgen zij conventionele regels en tonen min of meer dezelfde voorstellingen: hoogtepunten die iedereen mag zien, zoals uitbundige familiefeesten, blije uitjes en trotse bezittingen. Beelden van gebeurtenissen die nooit aan de grote klok gehangen worden tref je zelden in de albums aan. Zo worden zaken als misbruik, verwaarlozing en mishandeling die ook deel uitmaken van het familie leven onttrokken aan het publieke oog.

We weten niet wie De Jager heeft gefotografeerd en waarom hij op de Pasar Baroe is gekiekt. Maar ook zonder die bijzonderheden is er heel wat over de foto te zeggen. Dat kan heel verschillend uitpakken. Wat mensen op een foto zien hangt immers af van hoe zij ernaar kijken en wat zij zoeken. Zo kunnen kijkers volstrekt anders op hetzelfde fotografische beeld reageren. Nazaten die de foto bekijken zullen waarschijnlijk een gelijkenis tussen zichzelf en hun voorvader proberen te ontdekken. Anderen zien in De Jager misschien een Indische uitgave van de privé detectives die in Amerikaanse films van de jaren ’30 zo’n furore maakten. Voor hen rijst dan een nostalgisch tempo doeloe op, een Indië waar men een goed leven had, een leven met een hoed op. Weer anderen zullen wellicht door ontroering overmand worden. Iemand die zelf op de Bandungse Pasar Baroe heeft rondgelopen zal meteen aan vroeger herinnerd worden en aan wat zij of hij daar toen heeft beleefd. Misschien deed hij er de dagelijkse boodschappen, kreeg zij er haar eerste zoen, of kochten ze hun schoenen in één van de Chinese toko’s. Voor deze mijmeraars zal de man in het centrum van het beeld in het niet vallen bij hun gekoesterde herinneringen.

Tegenwoordig worden bovenstaande manieren van kijken vaak afgedaan als ‘koloniale nostalgie’. Veel mensen zijn gewend om koloniale beelden vanuit een kritisch, postkoloniaal perspectief te beoordelen. Hun aandacht zal daarom eerder getrokken worden door de Indonesische man rechts van De Jager. Deze man loopt niet te flaneren, hij trekt een kar voort en werkt zo hard als een paard. Geen fijn wit pak, geen schoenen aan zijn voeten, een armoedige hoed, een sjofele broek en zijn baadje lijkt ook maar voddig. De mannen hebben allebei een hoed op, maar het contrast tussen hen is groot. Voor kijkers met een kritisch- postkoloniale blik zal deze foto geen mooi verleden oproepen, zij zien eerder uitbuiting en racisme dan nostalgie. Ook degenen die zelf dierbare herinneringen aan Indië koesteren kunnen die kritiek delen en met verontwaardiging reageren.

De meeste van ons gaan er van uit dat wat op een foto staat ‘echt gebeurd’ is en waar. Dat is ook zo, dat wil zeggen, de wegen van die twee mannen hebben elkaar ooit op de Bandungse Pasar Baroe gekruist. In die zin is de foto betrouwbaar. Tegelijkertijd is hij ‘onbetrouwbaar’. Dit ene beeld kan voor verschillende kijkers iets heel anders betekenen en in de loop der tijd uiteenlopende, zelfs tegenstrijdige verhalen bovenhalen: onderzoekende, sentimentele, nostalgische én kritische. Wat kijkers op een foto zien hangt goeddeels af van wie ze zelf zijn, of wie ze denken te zijn.

Zie ook: http://photoclec.dmu.ac.uk/

Lees verder:

  • Edwards, Elizabeth, and Janice Hart, eds. 2004. Photographs, Objects, Histories. On the Materiality of Images. Londen: Routledge.
  • Halbwachs, Maurice. 1992. On collective Memory. Chicago: University of Chicago Press.
  • Hirsch, Marianne. 1999. Family Frames: Photography, Narrative, and Postmemory. Cambridge: Cambridge UP.
  • Pattynama, Pamela. 2012. ‘Tempo Doeloe Nostalgia and Brani Memory Community. The IWI Collection as a Postcolonial Archive.’ Photography and Culture 5 (3): 265-280.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *