Eerste exemplaar Bitterzoet Indië voor Karina Schaapman

Signeren bij de boekpresentatie van Bitterzoet Indië op de TongTong Fair, 31 mei 2014. Foto: Hans Kleijn.

Vele jaren geleden ben ik begonnen een boek te schrijven. Er leek geen eind te komen aan mijn schrijverij en het boek-in-wording dijde uit tot een enorm dik pak. Toen ik in mei 2013 afscheid nam van mijn werkgever, de Universiteit van Amsterdam, lag dit lijvige pak van Sjaalman op mij te wachten. Na een kloek besluit en korte metten herschreef ik het boek in een jaar tijd. Lees meer

Karina Schaapman accepteert eerste exemplaar Bitterzoet Indië

Bij de overhandiging van het eerste exemplaar van Bitterzoet Indië aan de schrijfster Karina Schaapman. Foto: Hans Kleijn.

Beste aanwezigen, lieve Pamela,

Toen Pamela mij vroeg het eerste exemplaar van Bitterzoet Indië in ontvangst te nemen, was ik blij verrast. Het gebeurt me niet vaak dat ik op mijn Indische achtergrond wordt aangesproken. Voordat ik dit gedrukte exemplaar in handen kreeg heb ik natuurlijk eerst de drukproef gelezen.

Bij ieder hoofdstuk dacht ik: “Wat jammer dat mijn overleden moeder dit boek niet heeft kunnen lezen. Wat zou het haar hebben geholpen om haar eigen geschiedenis te doorgronden en een plek te geven.” Voor veel van mijn generatie genoten zal dit boek een eye-opener zijn.

Ik ben altijd weer blij met mensen zoals jij, Pamela, die de moeite nemen om gecompliceerde geschiedenis vraagstukken voor een breder publiek inzichtelijk te maken. Daardoor kan ik jouw boek nu ook aan mijn vier kinderen geven. Zij zijn nu volwassen en op hun beurt geïnteresseerd in de geschiedenis van hun grootouders.

Maar al te vaak voelde ik mijn onvermogen om voor hun mijn familiegeschiedenis in een bredere context te plaatsen, want waar begin je dan ?

Ik kon mijn kinderen vertellen dat ze bepaalde uiterlijke kenmerken hebben omdat hun overgrootmoeder Javaans/Italiaans was en hun overgrootvader Chinees/Duits. Ik wist dat hun overgrootouders in Djakarta woonden maar niet getrouwd waren, maar dat mijn opa mijn moeder wel als zijn kind heeft erkend. Zo ging dat vaak in Indië.

Ik kon ze vertellen dat mijn oma met mijn moeder naar Holland kwam omdat het domweg te gevaarlijk was om te blijven. Overigens bleef mijn opa weer wel in Indië omdat hij voor de kant van de Indonesiërs koos en weigerde om naar Holland te gaan om daar aardappels met zout te moeten eten.

Ik kon ze vertellen waarom ze geen tantes in hun directe omgeving hadden: de zussen van mijn moeder migreerden door naar Los Angeles, zoals gebruikelijk in die tijd. Ik vertelde over de kille ontvangst en de discriminatie die ons ten deel viel. Maar dat was het dan zo’n beetje.

Ik bleef verder hangen in het aanbieden van een teveel aan Indisch eten en vertelde mijn kinderen de verhalen die mijn moeder mij vertelde. En vertellen, dat kon mijn moeder als de beste. Ze vertelde over klapperbomen, over het aftappen van de rubberboom in hun tuin, over de zwavelputten in de bergen. Ze vertelde over de slangeneieren die ze stal, de papaya’s die ze plukte, de kikkerbilletjes die ze at. Ze vertelde over de kracht van goena-goena en haar angst ervoor, over de baboe’s op het achtererf, de pianola die ze bespeelde en over hoe ze sprak met de Beo, een vogel die kon praten.

En als ik echt spannende verhalen wilde horen vertelde ze over hara-kiri van de Japanners, het verblijf in het Jappenkamp, hoe hun huis werd verbrand in de Bersiap tijd, de overtocht met de boot naar Holland en over haar angst om in een harem te belanden tijdens de doorvaart door het Suezkanaal. Ze leerde me rijst eten met de hand maar ook met stokjes en ze zong Indische liedjes van heimwee en verlangen.

Het ware ‘tempo doeloe’ gevoel is er bij mij en dus ook bij mijn kinderen met de paplepel ingegoten.

Door het lezen van jouw boek hebben mijn moeders verhalen voor mij een extra betekenis gekregen. De nostalgische, romantische verhalen van mijn moeder krijgen daardoor bestaansrecht en ik hoef niet meer toe te staan dat ze worden weggezet als alleen maar sentimenteel verlangen naar het Indië van weleer.

Lieve Pamela, één van jouw belangrijkste drijfveren bij het schrijven van dit boek was om te kijken naar de in Nederland zo dominante tempo doeloe-sentimenten. Ze hingen je de keel uit en waren je tegelijkertijd dierbaar. Hoe herkenbaar is dat voor mij.

Je hebt met dit boek onze migratiegeschiedenis vanuit verschillende invalshoeken inzichtelijk gemaakt en is het je gelukt om duidelijk te maken waarom dat nostalgische gevoel niet zomaar verworpen mag worden als sentimentele en politiek incorrecte zwijmelarij. De titel Bitterzoet Indië is dan ook heel goed gekozen.

Jouw boek heeft mij veel nieuwe inzichten gegeven, dank daarvoor.

En ik hoop dat u het allemaal gaat lezen.

Karina Schaapman

Amsterdam, 15 mei 2014

Thuis in beeld

Ter gelegenheid van de herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog op 15 augustus 2016, maakte het Indisch Herinneringscentrum een video-interview in de serie Thuis in beeld. Het IHC wil met de campagne het ongrijpbare gevoel van ‘thuis’ in beeld brengen. Het interview was te zien op 15 augustus in Den Haag als onderdeel van de Indische Salon van de Indiëherdenking.

Vóór mijn 15e heb ik nooit ergens langer gewoond dan twee jaar. Ik heb me dus ook niet echt kunnen hechten. Ik denk dat dat bepalend is voor mijn gevoel dat ‘thuis’ eigenlijk altijd ergens anders is dan waar ik nu ben.

De meisjes Mondt blijven

De zusjes Mondt zijn dood. Mijn moeder en haar oudste zus zijn een maand na elkaar overleden. Zij hadden Indische roepnamen: Henriette Elly (1921, Batavia) werd Troelie genoemd en Helena Armanda (1919, Tandjong Pandan) heette Noesje. De korte tijd tussen hun overlijdens kan geen toeval zijn. De meisjes Mondt kenden elkaar al zolang zij leefden en trokken hun hele leven samen op.

In 2009 verscheen mijn verhaal ‘De meisjes Mondt blijven’ in Indisch Anders, boekenkrant bij het Tong Tong Festival. De krant richt zich op lezers met een  belangstelling voor (post)koloniale letteren.

Download hier Indisch Anders en lees mijn verhaal op pagina 4 en 5.

Tafeltje. Een Indische levensloop

 

In mijn huis staat een tafeltje, een mooi, voornaam bijzettafeltje. Het is van mat glanzend roodbruin hout. ‘Rozenhout,’ zei mijn moeder, en als mijn moeder rozenhout zei, dan is het rozenhout. Het tafeltje heeft afgeronde hoeken en staat hoog op ranke, vierkante pootjes. In het midden van het bovenblad is vaag een donkere tekening te zien van wilde nerven die alle richtingen uit vliegen. Voor de omlijsting is juist rustig hout gekozen dat het wilde in toom houdt. Rondom, vlak onder het bovenblad zit een opengewerkte rand. Zo slingeren ranken met bladeren en besjes zich om het tafeltje heen. Lees meer

Mannen met hoeden

‘De toewan op Passar Baroe (=nieuw) de Chin.wijk van Bandoeng” (IWI Collectie Tropenmuseum, Amsterdam, nr 30045197, Album 2295)

Deze foto werd in 1929 in Nederlands-Indië genomen. Een Europese man loopt op de Pasar Baroe (nieuwe markt) in de Chinese buurt van Bandoeng, West-Java. Hij loopt in het midden van de foto en kijkt recht de lens in. Met zijn nonchalante houding, elegante witte pak, joyeuze hoed en fijne schoenen trekt hij meteen alle aandacht naar zich toe. Alles om hem heen, de uithangborden, de winkeltjes en de mensen lijken hem naar voren te duwen zodat hij het lichte centrum van het beeld vormt. Hij is een echte blikvanger. Lees meer